Wanneer heeft jouw kind logopedie nodig?
Praat jouw kind nog niet of zegt het nog maar een paar woorden? Vind je kind het lastig om anderen te begrijpen of vind hij het lastig om duidelijk een verhaal te vertellen? Dan kan kinderlogopedie helpen. Ook wanneer de uitspraak van klanken niet goed gaat of wanneer er sprake is van afwijkend mondgedrag, zoals bijvoorbeeld mondademen.
Kinderlogopedie is ook bij kinderen die stotteren, kinderen die last hebben van hun stem of waarbij het lezen en spellen niet vlot verloopt. Wij bieden ook prelogopedie aan voor baby’s en jonge kinderen die niet goed kunnen drinken en/of eten.
Een kinderlogopedist onderzoekt waar je kind tegenaan loopt en kijkt samen met jou welke begeleiding er nodig is. Hoe eerder problemen in de ontwikkeling van spraak en taal worden herkend, hoe eerder je kind de juiste ondersteuning kan krijgen. Hieronder lees je op welke gebieden logopedie kan helpen en wanneer het verstandig is om een onderzoek aan te vragen.
Twijfel je? Neem gerust contact met ons op.
Taal
Een kind moet kunnen begrijpen wat er wordt gezegd. Om vervolgens te kunnen reageren heeft het taal nodig. Taal is een samenspel van woorden, zinnen, begrip en logica.
Een achterstand in de taalontwikkeling komt mogelijk door een minder goed gehoor. Ook door meertaligheid kan de taal zich minder snel ontwikkelen. Daarnaast kunnen kinderen met een algehele ontwikkelingsachterstand, een vorm van autisme of het Syndroom van Down een taalachterstand hebben.
Het is belangrijk om een taalachterstand op tijd aan te pakken. Een achterstand in taal heeft namelijk invloed op de verdere ontwikkeling van kinderen. Kinderen met een taalachterstand kunnen op school minder goed begrijpen en daardoor leren. Zo kunnen ze onnodig achterlopen op hun leeftijdsgenootjes. Als je denkt dat jouw kind taalproblemen heeft, dan raden wij een onderzoek aan.
Voor meer informatie zie onze brochure: Informatie Taalontwikkeling
Spraak
Sommige kinderen hebben moeite met het uitspreken van klanken of laten klanken weg. Hierdoor zijn ze slecht verstaanbaar.
Soms zijn de spieren van de mond nog niet sterk genoeg. Ook kunnen kinderen
moeite hebben met het onderscheiden van verschillende klanken. Daarnaast kan er een lichamelijk probleem zijn, zoals een gehemeltespleet (schisis) of een te korte tongriem.
Stotteren
Bij sommige kinderen gaat het praten niet zo gemakkelijk. Ze haperen veel. Ze kennen al veel woorden maar spreken niet vloeiend. Dat noemen we stotteren. Bij jonge kinderen gaat het vaak vanzelf weer over. Dit noem je “normale onvloeiendheden”. Samen met ouders bepalen we of er normale onvloeiendheid of beginnend stotteren is. Bij beginnend stotteren zoeken we naar oefeningen om de vloeiendheid van het spreken te verbeteren.
Stem
Sommige kinderen hebben last van hun stem. Door hard praten en veel schreeuwen kan het kind een hese of schorre stem krijgen. Door verkeerd stemgebruik kunnen het strottenhoofd en de stembanden geïrriteerd zijn. De keel kan dan pijn doen. Er kunnen zelfs knobbeltjes op de stembanden komen. Spreken is dan vermoeiend. Op een speelse manier leren wij het kind de stem goed te gebruiken.
Gehoor en auditieve verwerking
Om te leren praten, moet je goed kunnen horen. Vanuit de omgeving hoort een kind hoe je een woord of een zin uit moet spreken. Een slechthorend kind hoort het eigen geluid en dat van de omgeving niet goed. Hierdoor kunnen taal en spraak zich langzamer ontwikkelen. Dit is aangeboren of komt door steeds terugkerende verkoudheid of oorontsteking. Luid praten of de televisie veel harder zetten, kunnen wijzen op minder goed gehoor. Soms adviseren wij een kno-arts of Audiologisch Centrum te bezoeken. Dit om een goed beeld van het gehoor te krijgen.
Kinderen met een goed gehoor kunnen moeite hebben met gericht luisteren. Ze hebben dan misschien een probleem in de auditieve verwerking van klanken, woorden en zinnen. Het hakken en plakken van klanken in woorden is dan bijvoorbeeld lastig (auditieve analyse en synthese). Dit speelt een rol bij het leren lezen en schrijven.
Afwijkende mondgewoonten
Sommige kinderen hebben teveel speeksel (kwijlen), duimen of vingerzuigen, slikken op een verkeerde manier (bijvoorbeeld met de tong tussen de tanden) of hebben vaak een open mond. Dit noemen we afwijkende mondgewoonten.
Onze logopedisten geven Oro Myofunctionele Therapie (OMFT). Deze therapie herstelt het verstoorde evenwicht in de spieren in en om de mond. Afwijkende mondgewoonten kunnen dit evenwicht verstoren. Zo kan de vorm van de mond en de stand van het gebit veranderen. Denk bijvoorbeeld aan een overbeet, slissen of lispelen.
Voor meer informatie zie onze brochure: Informatie OMFT


Lezen en dyslexie


Lezen is belangrijk bij het leren. Bij moeite met taal en spraak kunnen ook problemen bij het leren lezen en schrijven ontstaan. Wij begeleiden kleuters in groep 2 die moeite hebben met het herkennen van klanken. Dit noemen we ‘auditieve vaardigheden’. Hierbij gebruiken wij onder andere het programma “Wijs met Letters”. Dit is een programma waarbij kinderen spelenderwijs bekend raken met klanken en letters. Het doel is de overgang van groep 2 naar groep 3 gemakkelijker te maken. Met “Wijs met Letters” groeit het zelfvertrouwen en de motivatie bij het leren lezen en schrijven.
Voor kinderen in de midden-of bovenbouw hebben wij een online programma: Spellen & Spelen. Dit is voor kinderen waarbij het lezen en spellen (fonologische ontwikkeling) moeizaam op gang komt.
Eten en drinken
Soms hebben baby’s moeite met zuigen of slikken. Of verloopt bij peuters de overgang van vloeibaar naar vaste voeding niet goed. Onze logopedisten, die hierin gespecialiseerd zijn, onderzoeken, observeren en behandelen eet- en drinkproblemen bij jonge kinderen. Ook begeleiden zij kinderen met sondevoeding met de opbouw naar zelf eten en drinken.
Wanneer logopedie inschakelen:
Als het drinken uit borst of fles niet goed lukt.
– Als afhappen van de lepel lastig is.
– Als kauwen niet goed gaat.
– Als er problemen zijn met slikken.
– Afbouw sondevoeding.






